Over In Dubio
Indrukwekkend en verhelderend boek dat gelezen zou moeten worden door iedereen die meent te weten wat wel en wat niet gezegd mag worden.
NRC Handelsblad
Absoluut het beste wat ik over het onderwerp vrijheid van meningsuiting heb gelezen.
Theodor Holman, De Groene Amsterdammer
Dit boek komt net op tijd. Een overtuigend antwoord op de vijanden van de vrije meningsuiting en de open samenleving.
Dirk Verhofstadt, Liberales
Over Boeiuh
Wijnberg blinkt uit in sociologische en filosofische duidingen van alledaagse fenomenen
De Volkskrant
Wijnberg schetst een niet onaangenaam vooruitzicht, zelf voor journalisten
Brabants Dagblad
Intrigerend essay over de mini-problemen van de huidige jeugd
NRC Handelsblad
Applaus voor Rob Wijnberg. Iedereen zou dit boek moeten lezen om te weten waarom jongeren zijn zoals ze zijn
Limburgs Dagblad
Tweede druk In Dubio en complimenten in De Groene Amsterdammer
In Dubio heeft - na vijf weken - de tweede druk al gehaald. Misschien is een klein dankwoordje aan Geert Wilders wel op zijn plaats: hij houdt het onderwerp 'vrije meningsuiting' immers wel op de agenda. Maar ook de recensies zijn tot nu toe lovend, dat helpt ook. Columnist Theodor Holman (Opheffer) noemt In Dubio deze week zelfs "absoluut het beste wat ik op dit gebied heb gelezen". Lees hier zijn beschouwing uit De Groene Amsterdammer van 3 april.
De onmogelijke vrijheid
Door Opheffer
Ook na het zien van zo’n film als Fitna word je geconfronteerd met tal van paradoxen. De moslimwereld vindt het schokkend dat de film een verkeerd beeld geeft van de moslims, terwijl Wilders gebruikmaakte van beelden die door de moslims zelf zijn verspreid op de televisie. De moslimwereld wil dat Fitna verboden wordt, maar zelf zenden ze die films wel uit. Zo kun je doorgaan.
Het is een mooie illustratie van wat de filosoof en NRC-columnist Rob Wijnberg in zijn boek In dubio ‘de onmogelijke vrijheid’ noemt – de vrijheid van meningsuiting. Het is absoluut het beste wat ik op dit gebied heb gelezen. Centrale vraag in zijn boek is: zijn er grenzen aan die vrijheid van meningsuiting? Natuurlijk zijn er grenzen aan de vrijheid van meningsuiting, zegt Wijnberg: ‘Grenzeloze vrijheid is immers niets meer dan bandeloosheid; de mens is dan niet vrij maar richtingloos. Zo neemt de keuzevrijheid toe naarmate het aantal keuzes toeneemt, maar is de keuzevrijheid verdwenen zodra het aantal keuzemogelijkheden oneindig is.’
Kortom, we zitten met alle vrijheden in paradoxen gevangen. Vrijheid staat namelijk niet stil, maar is constant in beweging. Je kunt er dus eigenlijk niets over zeggen dat enige algemene geldigheid heeft, omdat we het begrip nooit goed kunnen definiëren. ‘Vrijheid van meningsuiting bezit (...) deze eigenaardige eigenschap dat ze enkel bestaat bij de gratie van het opschorten van haar afbakening en fixering. (En daarmee haar eigen verwezenlijking.) Nooit kan men stellen: dit valt onder vrijheid van meningsuiting en dit valt erbuiten.’ Wijnberg doet dat in een hoofdstuk waarin hij het recht opeist om te twijfelen.
‘Vrijheid van meningsuiting’, zegt Wijnberg, ‘is (...) een medaille met twee kanten. Zij biedt evenveel ruimte voor waanzin en onverdraagzaamheid als voor saamhorigheid en liefde. Maar uiteindelijk, en daar gaat het om in een samenleving, is zij boven alles een onontbeerlijke aanzet tot vertrouwen. De kracht van een open en vitale democratie schuilt niet zozeer in haar vermogen onwelgevallige geluiden te weren, als wel in haar vermogen deze te absorberen. Dát noemt men tolerantie: het verwerpelijke verwerpen zonder het te verbannen.’
Wijnberg lijkt in dit helder geschreven boek soms op een existentialist die voor zijn ontologie uitgaat van de vrijheid – net als Sartre, laten we wel wezen. Alleen pakt Wijnberg het probleem van de andere kant op – niet de kant van Het Zijn maar die van De Vrijheid. Jouw vrijheid is mijn vrijheid – we verzekeren elkaars vrijheid door beiden vrij te zijn. Als jij zo veel mogelijk wilt doen en denken wat jij wil, dan moet ik net zo veel kunnen doen en denken als ik wil. We moeten elkaar kunnen beïnvloeden.
Zonder de woorden van Wijnberg te willen misbruiken is mijn stelling dat ‘vrijheid’ als gewenst doel in sommige groeperingen – en dan heb ik het niet alleen over de moslims, mocht u dat denken – helemaal geen doel is. In vele debatten heb ik gemerkt dat het bijvoorbeeld de aanhankelijkheid aan God is waarvoor men zijn eigen vrijheid en ook die van anderen wil opheffen. (Trouwens, ook ‘het huwelijk’ is zo’n vrijheidsbeperker, maar daarover een andere keer.) Vrijheid wordt daar geformuleerd als: je mag alles zeggen wat dient om God te dienen. Over hoe je uiteindelijk bepaalt hoe je God dient, worden richtlijnen gegeven in een heilig boek. En als dat boek geïnterpreteerd moet worden, prima, maar het kan nooit tegen God zelf gericht zijn.
Ik herinner me een jongen die tegen me zei: ‘U zegt dat je alles mag zeggen als je maar geen geweld gebruikt, zo zeg ik dat je alles mag zeggen als je God maar niet beledigt. God is vrede, hij is barmhartig, en als jij tegen God bent, dan ben jij dus niet voor vrede en ben je niet barmhartig. Dus ben je zelf voor geweld.’ Als die jongen zich bij mij meldt, koop ik dit prachtige boekje van Wijnberg voor hem.
Verschenen in De Groene Amsterdammer van 3 april.
Copyright De Groene Amsterdammer, auteur Theodor Holman
03 april 2008
door:
Rob Wijnberg
Rob Wijnberg (1982) is de jongste opinieredacteur van NRC Handelsblad en nrc.next. Hij studeert tegelijkertijd filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn loopbaan in de journalistiek begon in 2001 met een vaste column in Dagblad De Telegraaf. Ook schreef hij de rubriek Het Schoolplein voor de jongerenpagina, waarvoor hij wekelijks middelbare scholieren uit heel Nederland interviewde over de actualiteit. In 2005 verscheen zijn eerste lange essay in ...
> Lees verder



