Prometheus nrc.next
Bestel het boek Boeiuh Bestel het boek In dubio

Over In Dubio


Indrukwekkend en verhelderend boek dat gelezen zou moeten worden door iedereen die meent te weten wat wel en wat niet gezegd mag worden.

NRC Handelsblad

Absoluut het beste wat ik over het onderwerp vrijheid van meningsuiting heb gelezen.

Theodor Holman, De Groene Amsterdammer

Dit boek komt net op tijd. Een overtuigend antwoord op de vijanden van de vrije meningsuiting en de open samenleving.

Dirk Verhofstadt, Liberales


Over Boeiuh


Wijnberg blinkt uit in sociologische en filosofische duidingen van alledaagse fenomenen

De Volkskrant

Wijnberg schetst een niet onaangenaam vooruitzicht, zelf voor journalisten

Brabants Dagblad

Intrigerend essay over de mini-problemen van de huidige jeugd

NRC Handelsblad

Applaus voor Rob Wijnberg. Iedereen zou dit boek moeten lezen om te weten waarom jongeren zijn zoals ze zijn

Limburgs Dagblad

Essay Zin 22 Liefhebben een talent?

Seks is een primaire behoefte van de mens.  Geen wonder dat je het overal in de samenleving tegenkomt: het wordt onderwezen, geadverteerd en zelfs verkocht.  Maar liefde is ook een wezenlijke behoefte, constateert de filosoof Erich Fromm.  Waarom komt liefhebben dan nauwelijks voor in onze maatschappelijke instituties? Omdat we liefhebben niet zien als een kunde.

Liefhebben, kun je dat leren?

Hoe de westerse kijk op liefde de maatschappelijke manifestatie ervan belemmert

Elke woensdag bespreekt Rob Wijnberg een filosofisch dilemma naar aanleiding van een actuele gebeurtenis. Vandaag: hoe zien wij de liefde?

Door Rob Wijnberg

Liefdesrelaties en huwelijken zijn een steeds korter leven beschoren. Waren er in Nederland in de jaren ’50 en ’60 gemiddeld tussen de 6.000 en 7.000 echtscheidingen per jaar, nu ligt dat gemiddelde rond de 30.000. Het aantal scheidingen is de afgelopen jaren wel licht gedaald, maar het aantal huwelijken nog sterker: trouwden in 1970 nog ruim 120.000 echtparen, in 2006 waren dat er 72.000. Vier decennia geleden ging slechts een op de tien stelletjes weer uit elkaar. Nu wordt 33,8 procent van alle ja-woorden binnen vijftien jaar alweer ontbonden. Het is dan ook niet vreemd dat Nederland dit jaar een primeur beleefde met de eerste, officiële echtscheidingsbeurs - een kwestie van marktwerking.

Nu zijn er talloze, welbekende verklaringen voor deze trend. De meest duidelijke is wel dat tot 1971 scheiden in Nederland nog uiterst moeilijk was. Een rechter ging alleen tot ontbinding van een huwelijk over als werd voldaan aan een van in totaal vier gronden: overspel, faillissement, veroordeling tot gevangenisstraf van meer dan vier jaar of mishandeling. Na 1971 werd wettelijk vastgelegd dat ‘duurzame ontwrichting’ van de relatie voldoende was - een grond die zeer ruim te interpreteren valt. Andere oorzaken zijn de toegenomen economische onafhankelijkheid van vrouwen, de hogere prioriteit van zelfontplooiing boven gezinsvorming, en de ontkerkelijking. In sterk religieuze landen ligt het aantal scheidingen beduidend lager dan in seculiere samenlevingen - met uitzondering van de nog altijd zeer christelijke Verenigde Staten, waar het aantal scheidingen zelfs hoger ligt dan in Nederland.

Maar zijn deze sociologische en economische factoren de enige oorzaken? Wie de wereldwijde bestseller The Art of Loving (1956) - in het Nederlands: Liefhebben. Een kunst, een kunde - van de Duits-Amerikaanse filosoof Erich Fromm (1900-1980) heeft gelezen, denkt daar misschien anders over. Fromm constateert namelijk dat in de moderne, westerse wereld een kijk op liefde (en liefdesrelaties) is ontstaan die de duurzaamheid ervan niet ten goede is gekomen. Zijn centrale stelling luidt dat de meeste mensen een ‘gebrekkige’ kijk op liefde hebben; we beschouwen liefde als een “prettige sensatie, die ons alleen maar toevallig ten deel valt als we geluk hebben”. Maar Fromm denkt daar anders over: hij noemt liefde namelijk “een kunde” die men kan ontwikkelen.

Liefde als iets dat je kan leren - die opvatting is in de westerse wereld inderdaad geen gemeengoed. Liefde wordt eerder gezien als iets dat je ‘overkomt’. Partners gaan dan ook niet zelden uit elkaar, omdat de liefde ‘er niet meer was’. Volgens Fromm miskent dit de ware aard van liefde: het is niet iets wat ‘aanwezig’ is of niet, maar een talent die “geoefend” moet worden.

Fromm wijst drie tekortkomingen in onze denkwijze over liefde aan. Ten eerste, zegt hij, stellen de meeste mensen zich vóór alles de vraag “hoe zij erin kunnen slagen door anderen bemind te worden, in plaats van hoe zij hun eigen vermogen tot liefhebben kunnen ontwikkelen.” Nu is ontwikkeling van het eigen ‘ik’ zeer belangrijk in onze geïndividualiseerde samenleving; zelfontplooiing is een groot goed. Maar die zelfontplooiing is, zoals Fromm zegt, richt zich niet op de ontwikkeling van het vermogen tot liefhebben van anderen - integendeel, zij is er juist op gericht dóór anderen bemind te worden: mannen proberen macht, status en geld te verwerven, en vrouwen willen jong, aantrekkelijk en vruchtbaar zijn om hun kansen op de ‘liefdesmarkt’ te vergroten. Want voor een relatie moet je tegenwoordig zélf zorgen. Was het in Victoriaanse tijden nog een “maatschappelijke overweging”, zegt Fromm, nu is een relatie een persoonlijke keuze. En dat heeft “het belang van het object benadrukt, waardoor liefhebben als functie aan betekenis heeft ingeboet”, aldus Fromm.

Nauw verwant hieraan is de tweede reden waarom we denken dat we liefhebben niet kunnen leren: “de cultuur van het consumentisme”. We bieden onszelf aan als ‘goede koop’, stelt Fromm, in de hoop daarmee een ‘aantrekkelijke ruil’ te bewerkstelligen. Wat men onder ‘aantrekkelijk’ verstaat, wordt - zoals het de vrije markt betaamt - bepaald door de heersende mode. Zo was in de jaren ’20 het pittige type vrouw dat flirtte, rookte en dronk in trek; in de jaren ’50 werd huiselijkheid en zedigheid juist aantrekkelijk gevonden en tegenwoordig is het vooral belangrijk dat een vrouw zelfstandig en geëmancipeerd is. Voor mannen geldt dat ze eerst agressief en eerzuchtig moesten zijn en nu juist sociaalvoelend en verdraagzaam. Deze modegevoelige, consumentistische kijk op de liefde, komt de duurzaamheid van relaties niet ten goede. Immers, als er een ‘beter model’ beschikbaar is, waarom zou men dan bij het ‘oude model’ blijven?

De derde reden dat we liefhebben niet als kunde zien, is volgens Fromm dat wij steeds minder een onderscheid maken tussen de “aanvankelijke verliefdheid” (falling in love) en “de permanente toestand van in liefde samenleven” (being in love). Eigenlijk wil iedereen verliefd blijven, zoals op de allereerste dag. Maar iedereen weet ook dat die prille verliefdheid nooit lang duurt: je leert elkaar steeds beter kennen, waardoor de gevoelde intimiteit gaandeweg zijn mysterie verliest en dus afneemt. Toch blijven veel mensen krampachtig vasthouden aan dat initiële gevoel, zegt Fromm. Onterecht blijft daardoor het idee overheersen “dat niets zo gemakkelijk is als liefhebben”. Immers, in de eerste maanden is er ook niks ‘moeilijks’ aan - je ‘bent’ het gewoon.

De onjuiste aanname van mensen is, met andere woorden, dat liefde een ‘geestestoestand’ is en dat de relatie bij gratie daarvan wel zal overleven. Volgens Fromm is dat een te passieve kijk op de zaak. Liefde is namelijk geen “aandoening” maar een “activiteit”, zegt hij. De filosoof staat met dit standpunt haaks op een eeuwenlange traditie, van Plato (427-347 v. Chr) tot Sigmund Freud (1856-1939) en later Bernard Williams (1929-2003), waarin liefde vooral werd beschouwd als een onvrijwillige passie - een gevoel waar je niks aan kan doen.

Het is een interessante constatering van Fromm dat in een tijd waarin mensen alles als beheersbaar en maakbaar beschouwen, de liefde juist iets is waar men geen controle over denkt te hebben of zelf wil hebben. Die opvatting heeft, volgens Fromm, een groot nadelig gevolg. Liefde blijft op die manier “een uiterst individueel en perifeer verschijnsel”. Daarmee bedoelt hij: liefde wordt niet als ‘maatschappelijk streven’ gezien en heeft zich daarom nooit echt in onze samenleving geworteld. Of, zoals Fromm het formuleert, liefhebben heeft geen “maatschappelijk bestaan”.

Onze samenleving is hoofdzakelijk ingericht ter bevordering van economische productie en consumptie; liefhebben is geen doel dat wij onszelf als collectief hebben gesteld. Er zijn geen scholen die het onderwijzen, of reclames die het propageren. En dat bevreemdt Fromm enigszins. Want, “liefhebben is de diepste en meest wezenlijke behoefte van ieder mens”. Volgens hem is het kan dan ook een groot gemis dat liefde nauwelijks institutionele manifestaties kent.

Dit klinkt tamelijk zweverig en zelfs prekerig. Maar de gedachte is zo vergezocht nog niet. Seks is ook een sterke, primaire behoefte en die is wél alom aanwezig in de maatschappij. Seks wordt onderwezen, geadverteerd en zelfs verkocht. Dus waarom zou dat voor liefde niet kunnen gelden? Er worden al miljoenen liedjes over gezongen en boeken beschreven. Maar bijna uitsluitend vanuit het perspectief van de individuele ervaring. Volgens Fromm zouden we de samenleving juist zo moeten inrichten dat liefhebben niet alleen een “typisch persoonlijk onderneming” blijft, maar een “algemeen maatschappelijk verschijnsel” wordt. Hoe dat er in de praktijk uit zou moeten zijn, laat hij helaas in het ongewisse.

Maar ik kan me, om te beginnen, wel iets voorstellen bij een jaarlijkse liefdesbeurs.

Verschenen in nrc.next op 2 april 2008.

03 april 2008

door:

Rob Wijnberg

Reacties

Beste Rob,

Ik heb een beetje het gevoel dat je twee dingen door elkaar haalt: liefdesrelatie en de capaciteit om lief te hebben.

Terwijl Fromm vooral geïnteresseerd was in het laatste geeft jouw artikel de indruk vooral over het eerste te gaan.

Als criticus van het kapitalisme probeerde Fromm duidelijk te maken dat liefde voor één persoon (emoties) in de war wordt gehaald met de capaciteit (attitude)om lief te kunnen hebben voor de hele samenleving. The object van liefde verandert ook als een soort mode gevoelig verschijnsel. Falling in love, was voor Fromm een soort narcisisme of 'egoism a deux'. Echte liefde voor Fromm is 'brotherly love' of liefde voor de mensheid. Het soort liefde dat door onze egoïstische consumptiemaatschappij onmogelijk wordt gemaakt.

Dit is een belangrijk verschil want het droombeeld 'liefdesrelatie' is een door de samenleving opgelegde vorm van relatie (geen vrijheid maar 'autonomy conformation'). Trouwens, aan elke relatie kan gewerkt worden.

Maar het lijkt mij heel problematisch als we elke relatie als een soort 'road to marriage' zien - als een kunde dat liefdesrelaties in stand zal houden. En dat is wat jij suggereert in je artikel. Verwachtingen van het droombeeld (the nuclear family) hebben al te lang en te strak als een keurslijf om ons lichaam gezeten. Laten we ook eens open staan voor andere vormen van liefde, relaties en liefdesrelaties.

Laten we die jaarlijkse liefdesbeurzen daar voor gebruiken !!

12 april 2008

door:

ruud

Zal ik het hoogste woord er maar uitgooien: Liefde, in de zin van opoffering e.d.,is een fictie. Eigenbelang zal altijd aanwezig blijven.Als men zich wil voorbereiden beoefen
dan de vriendschap die meer van belang is dan bijv. de seksualiteit.

29 mei 2008

door:

Anton p.rekers

Wat is datgene wat we liefde noemen? Is het veel anders dan zich verlekkeren op de ander omdat deze door woord en blik ons zegt dat we de moeite waard zijn nadat we een bepaalde tijd hebben gekend dat we door anderen kritisch of met zekere onverschilligheid werden bejegend? Als hier waarheid in schuilt dan betekent onze verliefdheid niets anders dan
zelfbedrog. Men acht zich door de ander,die men nauwlijks kent gewaardeerd en is op grond daarvan bereid eenzelfde houding aan te nemen.Men overschat elkaar totdat het nuchtere leven zich aandient en dan kan( hoeft niet) de droom die men aanvankelijk van elkaar had totaal verloren gaan.

29 mei 2008

door:

Anton p.rekers1

Reageer zelf