Over In Dubio
Indrukwekkend en verhelderend boek dat gelezen zou moeten worden door iedereen die meent te weten wat wel en wat niet gezegd mag worden.
NRC Handelsblad
Absoluut het beste wat ik over het onderwerp vrijheid van meningsuiting heb gelezen.
Theodor Holman, De Groene Amsterdammer
Dit boek komt net op tijd. Een overtuigend antwoord op de vijanden van de vrije meningsuiting en de open samenleving.
Dirk Verhofstadt, Liberales
Over Boeiuh
Wijnberg blinkt uit in sociologische en filosofische duidingen van alledaagse fenomenen
De Volkskrant
Wijnberg schetst een niet onaangenaam vooruitzicht, zelf voor journalisten
Brabants Dagblad
Intrigerend essay over de mini-problemen van de huidige jeugd
NRC Handelsblad
Applaus voor Rob Wijnberg. Iedereen zou dit boek moeten lezen om te weten waarom jongeren zijn zoals ze zijn
Limburgs Dagblad
Essay Zin 12 Seks en liefde
Het EO-programma Veertig dagen zonder seks weet het zeker: seks en liefde horen bij elkaar. En hoewel weinigen die gedachte tegenwoordig verwerpelijk zullen vinden, en niet zullen onderschrijven, is de geschiedenis ervan niet terug te vinden bij het Christendom. Dat seks tot het huwelijk werd verbannen, heeft allerlei redenen, maar geen van allen was echt romantisch.
Het patent op liefdevolle seks is nog niet vergeven
Maar dat die opvatting uit het Christendom voortkomt is in ieder geval niet waar
Door Rob Wijnberg
nrc.next-redacteur en filosoof Rob Wijnberg (25) bespreekt elke week een filosofisch dilemma. Vandaag: de verhouding tussen liefde en seks.
Het meest ironische televisieprogramma van dit moment is met afstand 40 dagen zonder seks van de Evangelische Omroep (EO). Niet zozeer omdat presentator Arie Boomsma fotomodel is, en met zijn gebronsde torso voor de cameralens dus al menig steentje heeft bijgedragen aan de ‘seksualisering’ van de maatschappij die het programma zélf zo gretig beklaagt. Nee, de ironie schuilt vooral in de omroep, die zijn wortels heeft in een religie die een buitengewoon dubieuze rol heeft gespeeld in de totstandkoming van de gedachte dat seks en liefde met elkaar verbonden (horen te) zijn.
Want dat is de boodschap van het programma: seks moet gepaard gaan met liefde, trouw en intimiteit. Het wordt verkondigd op een manier zoals we die van evangelisten kennen – als evidente leerstelling die geen argumentatie behoeft. „Wanneer ik door heel het land jongeren hoor roepen dat zij hun sekspartners liever niet te goed willen leren kennen, dat zij alleen seks willen en daarna weer afscheid nemen, gaat er iets mis", schrijft Boomsma op zijn weblog. De vraag waaróm er dan iets ‘mis’ is, wordt niet beantwoord. Gelukkig is de geschiedenis van de seksualiteit uitstekend gedocumenteerd. En wie daar een beetje bekend mee is, weet dat het patent op liefdevolle seks in ieder geval niet toekomt aan het christendom.
Het is allereerst goed om te weten dat al ver voor de opkomst van het christendom in morele termen over seks werd gedacht. Zo spreekt de (vermeende) Griekse schrijver Pausanias in het meesterwerk Symposium van Plato (424-348 vr. Chr.) reeds over het onderscheid tussen „vulgaire eros" (seks uit lust met een willekeurig persoon) en „hemelse eros" (seks uit liefde met een specifiek persoon). Zijn opvatting was overigens geen gemeengoed in het Oude Griekenland. Gangbaarder was dat geslachtsgemeenschap beschouwd werd als een ‘goddelijke’ activiteit, waarmee mensen de goden een plezier deden. Talloze vormen van seks werden dan ook bedreven (inclusief homoseks en pedoseks) – en niet alleen privé, maar ook publiekelijk. Seks als betaalmiddel was ook niet ongebruikelijk: leerlingen (vooral jongens) verleenden hun leermeesters soms hand- en spandiensten in ruil voor kennis.
De meeste Grieken beschouwden geslachtsgemeenschap dan ook primair in termen van genot, niet in termen van liefde. In moreel opzicht deed het er niet zozeer toe met wie je het deed, een punt van zorg was eerder hoe vaak. Seksuele restricties hadden daarom vooral betrekking op het voorkomen van overdaad – een thema dat vooral opgeld doet in het werk van Plato’s voornaamste leerling Aristoteles (384-322 v. Chr.).
Nu kwam seks met de komst van het christendom in eerste instantie geenszins in een negatief daglicht te staan. Wel werd het gaandeweg ontbonden van erotische lust en gelieerd aan procreatie. Geslachtsgemeenschap was uitsluitend bedoeld om het soort in stand gehouden – een opvatting die we tegenwoordig vooral darwinistisch zouden noemen. De reden is historisch ambigue, maar waarschijnlijk had het een machtsdimensie: hoe meer mensen, des te meer invloed van de kerk.
De ironie wil nu dat het uitgangspunt van procreatie de voornaamste aanzet geweest is tot een radicale, negatieve omslag in de betekenis van seks binnen het (westerse) christelijke denken. Want, zo vraagt de wereldberoemde Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984) zich af in het standaardwerk The history of modern sexuality (1984): „Waarom dragen we tot op de dag van vandaag de last met ons mee van de schuld die we over onszelf hebben afgeroepen door van seks een zonde te maken?"
Het antwoord is simpel en complex tegelijk. Onder het juk van het christendom werd geslachtsgemeenschap langzaam maar zeker een juridische – lees: strafbare – notie. Seks werd uit het dagelijkse leven gebannen en verplaatst naar een geïsoleerde plek in de cultuur, daarbij expliciet gekoppeld aan de notie van ‘het Kwaad.’
Waarom?
De redenen waren niet zozeer moreel alswel praktisch van aard. De macht en invloed van de kerkelijke instanties kwamen namelijk onder druk te staan door een (te) sterk toenemende populatie. De boodschap ‘gaat heen en vermenigvuldigt u’ tezamen met het ontbreken van effectieve anticonceptie bleek een onhoudbare combinatie. Het bracht zoveel politieke en economische problemen met zich mee, dat beteugeling noodzakelijk werd geacht. Want, zoals Foucault opmerkte: „De kern van de economische en politieke problemen was seks."
Dit bracht de kerk tot twee maatregelen. Ten eerste mocht seksuele gemeenschap voortaan alleen plaatsvinden als men getrouwd was. Die opvatting was dus geenszins romantisch van aard, maar primair een kwestie van beheersing van de bevolkingsgroei. De juridische gaten waren echter nog niet gedicht. Want, eenmaal getrouwd, kon men er ook buitenechtelijke sekspartners op nahouden. Om dat tegen te gaan werd ook vreemdgaan strafbaar gesteld. En niet zuinig ook: men kon er de doodstraf voor krijgen.
De strafbaarstelling van buitenechtelijke seks onderving overigens niet alleen de te sterke bevolkingsgroei, maar ook een ander praktisch probleem: het lastig vast te stellen erfrecht. Hoogleraar bijbelstudies Carol Meyers van het gerenommeerde Duke University (VS) legt dat glashelder uit in de documentaire Love and Sex in the Bible: „Het verbod op buitenechtelijke seks had alles te maken met de overdracht van goederen van de ene generatie op de andere. De man moest zeker zijn dat het kind waarvan zijn vrouw zwanger was ook echt zijn kind was, en niet dat van een ander." Vanaf de jaren twintig werd dit probleem langzaam maar zeker achterhaald, toen het mogelijk werd het vaderschap achteraf vast te stellen (vanaf 1980 met 99,99 procent zekerheid), maar tegen die tijd was de morele overtuiging dat vreemdgaan ‘slecht’ was al ingesleten.
De gedachte dat seks verbonden hoort te zijn aan intimiteit, exclusiviteit en trouw heeft dus niet zozeer een ‘liefdevolle’ maar eerder een restrictieve christelijke oorsprong. Het was de manier bij uitstek om de bevolking binnen proportie en binnen de kerk te houden – en de bezittingen binnen de gemeenschap.
Toch associëren de meeste mensen seks en liefde tegenwoordig niet met elkaar om restrictieve redenen, maar uit romantische overwegingen. Dat hebben we niet te danken aan het (latere) christendom, maar aan een samenspel van overtuigingen uit vier grote filosofische stromingen: het utilitarisme, het socialisme, het liberalisme en de Romantiek.
Utilitaristen waren overtuigd van de intrinsieke juistheid van het nastreven van het ‘grootste goed voor allen’ en verwierpen om die reden seks ter bevrediging van alleen de eigen lusten. Het socialisme streefde naar sociale en economische gelijkheid en bezag seks daarom vanuit het oogpunt van vrijwilligheid – aan onvrijwillige seks lag immers meestal een (economische) ongelijkheid ten grondslag (of zoals in het Oude Griekenland: ongelijkheid in kennis en status). Het liberalisme ging vooral uit van de autonomie van het individu en beoordeelde seks dus primair op wederzijds welbevinden. De Romantiek ten slotte was een beweging tegen het verlichtingsdenken, waarin economische overwegingen en rationaliteit werden verworpen en seks dus nauw gerelateerd raakte aan gevoel en intimiteit.
De stelling van presentator Boomsma dat „juist de EO dit programma moet maken" omdat die omroep „voor liefde staat", is dus wat seksualiteit betreft een historische en filosofische miskleun. Het programma had wat dat betreft veel beter gepast bij een vrijzinnige omroep als de AVRO of socialistische omroep als de VARA. Maar ja, probeer daar maar eens iemand te vinden die van mening is dat de relatie tussen seks en liefde gepromoot wordt door aan geheelonthouding te doen.
Als je de boodschap van het programma in ogenschouw neemt, komt dat immers neer op veertig dagen zonder liefde.
Verschenen in nrc.next op 23 januari 2008.
29 januari 2008
door:
Rob Wijnberg
Waarom heeft god zijn onfeilbare schepping eigenlijk dan vol met fabrieksfouten gestopt ?
Ik bedoel dat bij menselijke seksende creaturen het zaad ook voor de liefde uitspuit.
01 februari 2008
door:
10 miljoenste
Ik noem zoiets niet een fabrieksfout.. ik noem zoiets goed overdacht.
19 maart 2008
door:
heleen
Rob Wijnberg (1982) is de jongste opinieredacteur van NRC Handelsblad en nrc.next. Hij studeert tegelijkertijd filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn loopbaan in de journalistiek begon in 2001 met een vaste column in Dagblad De Telegraaf. Ook schreef hij de rubriek Het Schoolplein voor de jongerenpagina, waarvoor hij wekelijks middelbare scholieren uit heel Nederland interviewde over de actualiteit. In 2005 verscheen zijn eerste lange essay in ...
> Lees verder




